We starten met een nieuwe rubriek waarin Riet Bons een vraag behandelt die veel lezers zullen herkennen: hoe lees je eigenlijk de Bijbel in onze tijd? Voor sommigen is het antwoord helder en onveranderlijk, voor anderen een bron van onrust of zelfs vervreemding.
In deze eerste aflevering verkent Riet hoe wij als 21e-eeuwse westerse mensen betekenis geven aan Bijbelteksten.
De Bijbel lezen…..kan de Bijbel ons iets zeggen, nu, hier?
Heel belangrijk is: als we lezen, ook als we de Bijbel lezen, doen we dat als de unieke persoon, als de man of als vrouw die we tijdens onze ontwikkeling als mens zijn geworden. Dus iedereen op haar/zijn wijze. Wij zijn mens in de cultuur van de 21e eeuw in het Westen.
Bij ‘lezen’ komt een tekst bij ons binnen via onze zintuigen en onze geest geeft dan betekenis aan de woorden. Het gaat om deze betekenisverlening, het gaan begrijpen/’verstaan’. Als we al lezend in een boek geen betekenis aan de tekst kunnen geven, dan leggen we het boek, de bijbel, de krant weg. Het zegt ons niets. Het haakt a.h.w. niet aan bij onze eigen ervaringen en bij wat we vroeger hebben geleerd en wat soms heel diep zit. Als we nu iets lezen wat daarbij niet past, of mensen ontmoeten die de tekst heel anders ‘verstaan’, worden we onrustig en dan is er moed voor nodig om door te lezen of te luisteren. Ook als het te ingewikkeld is, de taal van het geschrevene moeilijk te begrijpen, dan leggen we de tekst al gauw weg. We kunnen er geen betekenis aan geven voor ons leven: ‘Het zegt ons niets’.
Als je opgroeide in een gezin en daar geleerd hebt dat wat je in de Bijbel leest waarheid is, letterlijk, dan neem je het aan, ook al botst wat er geschreven staat met wat je nu om je heen ziet en je voor mogelijk acht. Als je, opgroeiend, mensen ontmoet die anders over de tekst van de Bijbel denken en spreken staan er verschillende wegen open:
-je zoekt mensen die hier net zo in staan als jij en houdt vast aan wat je vroeger leerde. Je verweert je samen tegen andersdenkenden, ook in de kerk om de onrust uit de weg te gaan wanneer je even tot je door laat dringen: ‘O, je kunt er ook zo over denken’. Die onrust is lastig. Geloven wordt veel zeker weten.
-je laat de onrust toe en piekert: de wereld in 7 dagen geschapen? Liet God Jezus lijden, omdat Hij anders niet van ons kon blijven houden? God is toch liefde? Hoe moet je dan over het lijden van Jezus denken? Zo zijn veel vragen. Velen gaan weg: het christelijk geloven zegt hun niets voor hun dagelijks leven.
-je laat de onrust toe en vat moed om er over te praten met anderen. De gemeente is de plaats hiervoor. Je gaat denken en voelen: God is zo anders. We hebben alles van horen zeggen. We aanvaarden dat geloven is: samen zoeken naar wie God zou kunnen zijn en dan in de bijbelse teksten en in samen met wat anderen daaruit halen zoeken naar betekenis voor je leven nu. Spannend. Wonderlijk is dat je merkt al zoekend dat God zich laat vinden, door en voor jou. Maar de tekst blijft moeilijk.
Riet Bons-Storm


