De Bijbel lezen 2

De tekst van de Bijbel

De demonstratie van 20 maart voor het hoofdgebouw van de PKN was waardig, inspirerend, moed gevend voor mij. Het plein kleurde rood door onze rode kleding. We vroegen onze synode om op te staan, recht te doen en echt te luisteren naar de verhalen van Palestijnse kerkleiders, gelovigen, theologen. De machtige staat Israël werkt er met alle middelen aan om het hele Bijbelse Israël te bezitten. Daartoe moeten de Palestijnen, moslims en christenen, verdwijnen.
Er was ook een demonstratie van leden van de PKN die het leed en de uitroeiing van Palestijnen ontkennen en de staat Israël steunen bij wat die doet. Dat stuk van het plein kleurde blauw door de vele Israëlische vlaggen. De twee demonstraties van leden van dezelfde kerk waren met een soort hek van elkaar gescheiden. Dat deed mij veel pijn. Toen ik – in het rood – langs het hek liep riep een man uit het blauwe vak naar mij: “Lees jij de Bijbel wel es?”. Ja, hij en ik lezen dezelfde Bijbel, dezelfde woorden. Maar als leden van dezelfde kerk geven we aan die woorden heel verschillende betekenissen. Zo, dat het vijandigheid oproept. We geloven: de Bijbel is Gods Woord, Gods communicatie met ons. De teksten zijn geïnspireerd door de Heilige Geest. Maar die inspiratie gaat via mensen met hun behoeften en angsten, met de oordelen die zij horen van de mensen om hen heen. De tekst wordt zo een product van mensen.
We moeten ons altijd bewust zijn dat de bijbelschrijvers schrijven vanuit en over het land Israël zoals het duizenden jaren geleden daar aan de Middellandse Zee lag. Er is veel gebeurd in de tijd daarna. Wij moeten dus de tekst niet lezen alsof de bijbelschrijvers het hebben over Israël nu, als politiek functionerende staat Israël, gesticht in 1948.
In dat bijbelse Israël had in de vroege tijden van het Oude Testament elk land zijn eigen nationale godheid. Israël had “Israëls’ God” met de onuitsprekelijke naam, wel weerge- geven met ‘Ik ben die ik ben”. De nationale goden van de andere landen waren afgoden. Een nationale god vertegenwoordigde toen zijn land. Het Israël van toen ging de strijd aan met andere landen onder bescherming van ‘Israëls God’. Zij geloofden dat die God hen zegende in die strijd met al het geweld wat nodig was, desnoods om andere volken, zoals de Amalekieten, uit te roeien.
Maar Israëls God was ook de God die niet de sterkste uitzocht om koning te worden, maar de jonge herder David, die het al in zich had om te zorgen. Israëls God was ook de zorgende God die hart had voor Zijn volk, dat Hij in vrede wilde laten leven.
In de tijd van de profeten verflauwde het idee van de nationale God. Israëls God werd bijvoorbeeld bij Jesaja de God van de hele wereld, van alle mensen. Die God stond voor vrede en gerechtigheid. Jezus van Nazaret geloofde en leefde in de geest van die profeten. Zijn samenvatting van de Wet was: “God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf”. Wie die naaste was vatte hij samen in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. Het gaat om concrete zorg, barmhartigheid voor elke andere mens die op je pad komt.
Bij de demonstratie in Utrecht was te zien dat je de Bijbel met verschillende ogen kunt lezen. De mensen in het blauwe vak, van ‘Christenen voor Israël’, lazen in de Bijbel het bloedige conflict met de Palestijnen vooral als een strijd tussen ‘Israëls God’ en de Amalekieten, een oorlog, waarin God altijd strijdt voor Zijn volk, Israël: een heilige strijd die wij moeten steunen.
De demonstratie van de Rode Lijn van mensen, die voor een rechtvaardige vrede zijn en het samen delen van het ‘Heilige Land’, lazen in dezelfde bijbel dat het gaat om barmhartigheid en gerechtigheid en Gods liefde voor alle mensen.

Riet Bons-Storm

Protestantse Gemeente Fivelstroom te Loppersum en omstreken