Boralia juni 2026

’t Is zomertijd. Het wordt dan altijd wat rustiger in de kerk. Het doordeweekse kerkenwerk komt dan min of meer stil te liggen. Velen zullen een paar weken vakantie hebben. Sommigen gaan op pad. Het is een fijne tijd, alhoewel niet voor iedereen.
Ik weet eigenlijk niet beter dan dat de zomertijd vakantietijd is. Dat is niet zo heel raar, want dat wettelijk recht op vakantieverlof bestaat sinds 1966. Wat sindsdien vanzelfsprekend is — ook voor mij — is voor velen tot op de dag van vandaag alles behalve vanzelfsprekend. Vreemd genoeg bestaat er in Amerika geen wettelijk recht op betaald verlof: 1 op de 4 Amerikanen heeft helemaal geen betaalde vakantiedagen. En er zijn natuurlijk miljoenen mensen, de allerarmsten die dag na dag moeten werken om te overleven, voor wie ‘vakantie’ een absurd begrip is.
Nu dienen deze feiten niet schuldgevoelens op te wekken over onze vakantierechten. Wel roepen ze gevoelens van dankbaarheid en verwondering op. Het vanzelfsprekende is niet zo vanzelfsprekend als ik denk. Het doet mij denken aan de wijsheid van mijn opa, die ik nooit heb gekend. Hij hield mensen voor dat je je niet moet vergelijken met hen die meer hebben, maar met hen die minder hebben dan jij. Dat is niet hetzelfde als ‘het kan altijd slechter’. En het is ook niet bedoeld om iets negatiefs te ontkennen. Het is een manier om je te realiseren dat het vanzelfsprekende niet zo vanzelfsprekend is.
Zo voel ik mij bijvoorbeeld ontzettend bevoorrecht dat ik in Nederland geboren ben. Raar misschien. Maar volgens mij heb ik het nergens aan verdiend dat ik in een van de rijkste landen ter wereld ben geboren en niet in een van de armste landen als Jemen. Het maakt mij er ook van bewust dat ik geen vanzelfsprekend recht heb op hetgeen de allerarmsten ontberen. Tja, zo werkt het voor mij: het wekt grote dankbaarheid. En daarmee ook verantwoordelijkheid, want “van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd” (Lukas 12,48).

‘Vakantie’ komt van het Latijnse ‘vacare’. In onze christelijke traditie is dit verrijkt tot ‘vacare Deo, vacare alteri, vacare sibi’ — vrij zijn voor God, de ander, jezelf. Om als nieuw dat ene G’d-gegeven levensdoel te leven: te wonen op G’ds aarde, waar het goed is, goed om met elkaar in zijn verbond te leven. (Gezang 825).

Ieder die in de zomermaanden op pad gaat: een fijne en prettige tijd toegewenst. Ieder die – om welke reden dan ook – de komende tijd thuis blijft: een goede en waardevolle tijd toegewenst.

Hartelijks: André

Bijbeltekst van de dag

Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.
Protestantse Gemeente Fivelstroom te Loppersum en omstreken