Drie vragen
‘Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.’ ( Lucas 10: 21)
Een moeder doet boodschappen samen met haar moeder en haar zoontje in de supermarkt in Loppersum, die dan nog C1000 heet. ‘Zal ik sinaasappels kopen, of mandarijntjes?’, vraagt ze aan haar zoontje. ‘Sinaasappels!’ zegt die, ’want mandarijntjes zijn zo pittig’. ‘Onzin!’, zegt zijn grootmoeder, ‘Mandarijntjes zijn niet pittig! Oude kaas, die is pittig, en Indisch eten, maar mandarijntjes toch niet?’.
Vraag: wat bedoelt het jongetje met ‘pittige mandarijntjes?’
Op een klein station in Engeland, waar veel doorgaande treinen voorbijdenderen, zijn langs de rand van de perrons, op veertig centimeter afstand, rode lijnen geverfd. Het publiek wordt gewaarschuwd binnen die lijnen te blijven, om veiligheidsredenen. Een moeder staat met haar dochtertje te wachten op de volgende stoptrein, en zegt: ‘Denk erom, achter de rode streep wachten!’ Het meisje stapt prompt over de streep heen, draait zich om naar haar moeder, en kijkt verwachtingsvol naar haar op. De moeder overlaadt haar met verwijten: ‘Je bent ongehoorzaam, stout, luistert niet!’ Het meisje barst in tranen uit.
Vraag: waarom stapte het meisje over de streep?
Een televisieprogramma in de jaren ’90, waarin kinderen gevraagd wordt naar de betekenis van moeilijke woorden. Opnamen van de leukste antwoorden worden voor een live publiek vertoond, en wekken daar vaak veel hilariteit, zoals de bedoeling is. Een meisje wordt gevraagd wat ‘Australië’ is. ‘Het is een eiland’, zegt het meisje, ‘en er zijn kookaburras, wombats, en platypussen’. Lachsalvo’s bij het publiek, en de presentator zegt op vertederde toon: ‘Wat een fantasie!’.
Vraag: waar haalde dat meisje die buitennissige namen vandaan, en waarom sprak ze die uit op z’n Engels?
Drie vragen om over na te denken. En misschien wel om over te mediteren.
Henk Dragstra


